Opiniestuk: Kan het nu terug over echte oplossingen gaan?

20 Januari 2023

Opiniestuk: Kan het nu terug over echte oplossingen gaan?

De kennis van het Nederlands in de kleuterklassen is onvoldoende. De oorzaak ligt bij het gebruik van een thuistaal die niet het Nederlands is. De oplossing is dat ouders die onvoldoende Nederlands spreken, of hun kinderen te weinig stimuleren dat te doen, hiervoor financieel bestraft worden. Dat is in een notendop het discours van minister Weyts deze week.

 

Dat is noch de juiste focus, noch de juiste oplossing:

  • Ja, kleuters spreken soms een andere taal dan het Nederlands thuis, maar het is veel belangrijker dat ze in een taalrijke omgeving worden opgevoed, dan dat dat gebeurt in een omgeving waar een taalarme variant van het Nederlands gesproken wordt.
  • Het groeipakket is een recht van het kind, niet van de ouders. Geld afnemen van gezinnen die al kwetsbaar zijn, maakt het probleem enkel groter. De kansenongelijkheid neemt zo alleen maar toe.

Een goede kennis van het Nederlands is voor iedere Vlaming een belangrijke vaardigheid om als volwaardige burger in de maatschappij te participeren. Net daarom kunnen we het ons niet permitteren om het stimuleren daarvan te laten wegzakken in een ideologisch moeras.

We hebben instrumenten om het probleem op een goede manier in kaart te brengen. Er bestaan wetenschappelijk onderbouwde manieren om er mee aan de slag te gaan. Dáár moeten we ons op richten, de minister van onderwijs in de eerste plaats.

De KOALA-testen werden van bij de start met argwaan bekeken, maar zijn een goede manier om taalkennis van kleuters bij het begin van de derde kleuterklas in kaart te brengen. Het helpt scholen om hun aanpak van taalstimulering bij te sturen, het helpt leerkrachten om ondersteuning te bieden op maat van elk kind. 

Een belangrijk deel van de oplossing zit hem dan ook in het ondersteunen van scholen en leerkrachten om dit te kunnen doen. Bijvoorbeeld door leerkrachten van in de lerarenopleiding te trainen in het bieden van een rijke taalstimulering, de hele dag door. Om dat te kunnen doen moeten leerkrachten zich kunnen focussen op de klas en op het lesgeven zelf. Dat gaat niet als ze ondertussen extra uren moeten kloppen om een klas zonder leerkracht op te vangen of wanneer er te weinig zorguren zijn om hen op andere vlakken te ontlasten. Geef leerkrachten de kennis en vaardigheden, maar geef ze ook de tijd om deze in de praktijk om te zetten. Een opwaardering van het leerkrachtenberoep op zich én het versterken van de leerkrachten zelf, blijft een van de meest bepalende factoren om niet alleen op het vlak van taalvaardigheid, maar op alle niveaus het kennis- en vaardighedenniveau van onze kinderen en jongeren terug op te krikken.

 

“Een belangrijk deel van de oplossing zit hem dan ook in het trainen van leerkrachten van in de lerarenopleiding in het bieden van een rijke taalstimulering. Om dat te kunnen doen moeten leerkrachten zich kunnen focussen op de klas en op het lesgeven zelf. Geef leerkrachten de kennis en vaardigheden, maar geef ze ook de tijd om deze in de praktijk om te zetten.”

Rina Rabau Nkandu, schepen van onderwijs in Mechelen

Ook flankerend kan heel veel gebeuren: stimuleer een taalrijke omgeving in naschoolse opvangen en de vrije tijd door sportverenigingen en jeugdbewegingen hiervoor te ondersteunen. Maar ook zomerscholen kunnen een belangrijke rol spelen. Met aandacht voor een taalrijke omgeving, maar ook voor het aanleren van algemene vaardigheden en het ontwikkelen van talenten, gaan leerlingen in september met goede moed, met vernieuwd zelfvertrouwen en met extra vaardigheden het schooljaar in. Dit doen we al enkele jaren in Mechelen en we merken dat dat zeer waardevol is.

 

 

 

De uitdagingen zijn groot, maar er zijn ook positieve kanttekeningen te maken. In onze diverse stad Mechelen – waar we met z’n allen 138 nationaliteiten vertegenwoordigen, 68 verschillende talen worden gesproken en waar 50% van de kinderen jonger dan 12 jaar een migratieachtergrond heeft, merken we dat het aantal gezinnen waar Nederlands niet de thuistaal is de laatste jaren gedaald is. Het overgrote deel van de  kinderen in onze stad gaat voldoende dagen naar de kleuterschool, en ook daarbuiten ligt die aanwezigheid hoog. We moeten er dus vooral voor zorgen dat die aanwezigheid goed ingevuld wordt op het vlak van taalontwikkeling. Daarnaast zien we dat de schoolse achterstand van kinderen met een andere thuistaal de afgelopen jaren gevoelig gedaald is in onze stad. Deze evolueert nu richting het niveau van kinderen waar wel Nederlands gesproken wordt. Dit zijn hoopvolle signalen waar we met de juiste focus en aanpak op kunnen verder bouwen.

Vingerwijzen in gelijk welke richting zal ons niet verder helpen, het bestraffen van ouders duidelijk ook niet. We kunnen het ons niet permitteren om talent en kansen verloren te laten gaan. Kinderen grootbrengen tot actieve, mondige, volwaardige burgers is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons allemaal. Er zijn genoeg ouders, leerkrachten, schooldirecties, politieke verantwoordelijken op alle niveaus, enz. die daarvoor openstaan, laat ons hen die rol laten spelen en hen versterken waar dat nodig is.

 

Rina Rabau Nkandu

Schepen van onderwijs in Mechelen (Groen)